Mijn instrumenten kwamen op heel verschillende manieren in mijn leven. Soms was er meteen die herkenning. Soms liep het anders dan ik had verwacht. En soms bracht een ontmoeting me op een plek in mezelf waar ik nog niet eerder was geweest.
Achter ieder instrument schuilt een verhaal. Over hoe het op mijn pad kwam, wat er gebeurde toen we elkaar ontmoetten en hoe het gaandeweg een plek kreeg in mijn leven en in Sounds of Medicine.
Het zijn verhalen over luisteren, vertrouwen, verwondering en soms ook over loslaten. Verhalen waarin niet alleen de instrumenten een plek kregen, maar waarin ook iets in mij verder kon ontvouwen.
Graag neem ik je mee in een aantal van die ontmoetingen.
Het kleine schaaltje dat bleef Mijn eerste klankschaaltje kwam in 2006 bij me wonen. Ik kocht haar via de webshop van Happinez. Ze riep me, ik kocht haar en vervolgens wist ik eigenlijk niet wat ik ermee moest. Dus zette ik haar in de kast. Want ja, een beetje spiritueel iemand heeft toch een klankschaal op de plank staan? Ze is klein, mooi, helder en zuiver. Later, na de komst van mijn eerste drum, begon ik af en toe op haar te spelen. Langzaam groeide er een band. Ze hoefde niet meteen iets te doen. Eerst mocht ze er gewoon zijn. Inmiddels is ze nog altijd bij me. Helder, krachtig, duidelijk en intens. Een klein instrument met een eigen stem, dat al die jaren met me is meegegroeid.
De eerste drum — de oermoeder Op een ochtend in 2007 werd ik wakker en hoorde ik een sjamanendrum. Niet buiten, maar van binnen. Ik was al bezig met het medicijnwiel, het pad van de sjamaan, maar een drum had ik nog niet. Tot die ochtend. En als de roep er is, dan luister ik. Nog dezelfde dag zat ik in de auto, op weg naar Zeeland. Een oude sjamaan die drums bouwde, had me uitgenodigd om eerst kennis te maken. Hij wilde me ontmoeten voordat hij een drum voor me maakte. In zijn kleine atelier zag ik haar hangen. Een drum van Nubische geit, met een huid van perkament. Ik voelde meteen dat ik naar haar toe moest. Hij haalde haar van de muur en legde haar in mijn handen. Ik drukte haar tegen me aan. Meer gebeurde er eigenlijk niet. En toch klopte alles. In de huid zag ik de adelaar, de vleugels. Ik begon te huilen. Bij het afscheid gaf hij me de drum en de stok. Vlak voordat ik wegreed, vroeg hij of ik goed voor haar zou zorgen. ‘Alsof ze mijn kind is,’ antwoordde ik. Hij knikte. En huilde. Zij werd de oermoeder van mijn instrumenten. De eerste die kwam, de eerste die mij riep. Mijn eerste drum is inmiddels met pensioen, maar haar plek in mijn verhaal blijft. Misschien was zij wel het begin van alles.
Lilith — de gong het Oog van Lilith Lilith kwam op een heel andere manier bij me. Op een dag kreeg ik een bericht van de gongmaker Storm van der Burgt. Hij vertelde dat hij een grote gong had gemaakt die hij Het Oog van Lilith noemde. Hij gebruikte haar in zijn gongtherapie, maar volgens hem wilde ze niet meer door hem bespeeld worden. Hij hoorde steeds mijn naam. Storm en ik kenden elkaar niet persoonlijk. Ik wist wel dat hij een bijzondere gongmaker was, met gongs die over de hele wereld terechtkomen. Mijn eerste reactie was dat ik haar nooit zou kunnen betalen. Maar Storm vroeg: ‘Sprak ik over geld?’ Ik mocht haar tegen kostprijs overnemen. Ook dat was veel geld, maar betalen in termijnen of op een later moment was mogelijk. Ik maakte een afspraak om haar te gaan bekijken. In de tussentijd kwam er een grote opdracht binnen. Een opdracht waarmee ik de gong kon kopen. Dus ging ik naar Storm. Bij de eerste slag op de gong ontstond de liefde. Tussen Lilith en mij. Wederzijds. Lilith kwam bij me wonen. Maar toen begon het eigenlijke verhaal pas. Lilith vroeg iets van me voordat we werkelijk konden samenwerken. Ze nam me mee naar mijn eigen spelonken. Plekken diep in mezelf waar ik mocht kijken, voelen en doorleven wat daar aanwezig was. Dat was pijnlijk. Heftig. Het donker in jezelf onder ogen zien, zonder oordeel, is niet eenvoudig. Het licht kennen en toelaten is één ding. Maar ook het donker aankijken, er niet voor weglopen en ervaren dat het er óók mag zijn, vroeg veel van me. Gaandeweg ontdekte ik dat licht niet zonder donker kan. En donker niet zonder licht. Dat we pas werkelijk in harmonie kunnen zijn wanneer we beide kanten durven aan te kijken. Niet door de ene kant uit te sluiten of de andere te overwinnen, maar door ze allebei toe te laten als deel van onszelf. Lilith heeft me diep in mezelf laten kijken. Naar plekken waar ik niet zomaar uit eigen beweging naartoe was gegaan. Ik moest dit doorleven, voelen en integreren. Voordat Lilith en ik werkelijk samen naar buiten konden gaan. Pas toen voelde het alsof we echt konden samenwerken. Misschien hoort dat bij de wounded healer. Je kunt een ander niet meenemen naar plekken waar je zelf nooit bent geweest. Niet omdat je alles opgelost of overwonnen moet hebben, maar omdat je bereid moet zijn ook je eigen diepten te kennen. Lilith bracht me niet alleen een nieuw instrument. Ze bracht me bij mezelf, ook daar waar het donker was. En juist daar werd iets heel wezenlijks mogelijk.
Edelhert — de drum die mij meenam
Edelhert wilde ik zelf maken. Ik wilde een drum waarin mijn eigen energie en mijn eigen proces zouden samenkomen. Ik ging naar Jeffrey Evers om de drum te bouwen. Normaal gesproken is zoiets in een dag of anderhalve dag klaar. Bij mij liep het anders. Tijdens het maakproces ging ik door een intens proces heen. Ik was boos, huilde, voelde me verontwaardigd en had het gevoel dat ik werd tegengewerkt. Jeffrey bleef erbij en bewaakte de ruimte, het hert en mij. Het was alsof de huid me meenam naar plekken waar ik niet zomaar zelf naartoe was gegaan. Het hert op de drum draagt zijn gewei naar boven, naar de hemel en de sterren. Zijn sterke lijf verbindt de werelden, terwijl zijn vier poten stevig op de aarde staan. Voor mij brengt deze drum de drie werelden van het sjamanisme samen: de onderwereld, de middenwereld en de bovenwereld. Onder de kraal waarmee de huid aan het frame zit, bevindt zich een pluk haar van mij en van mijn medicijnmankat. Een klein symbool van onze verbondenheid. Na het maken hoefde Edelhert niet meteen aan het werk. Eerst mocht hij aanwezig zijn in de ruimte. Inmiddels bespeel ik hem steeds vaker, vooral ook met mijn handen. Tikken, kloppen, wrijven over de huid. Daarin hebben we een eigen manier van samenwerken gevonden. Edelhert klinkt krachtig en gegrond. Aards, en tegelijk verbonden met iets wat voor mij groter is dan het alledaagse. We doen samen groots werk.
De kristallen harp — een onverwachte keuze Ik ging naar Gent om een glazen harp te kopen. Ik had haar gezien en wilde haar graag voelen en uitproberen. Maar toen ik de winkel binnenkwam, liep ik bijna vanzelf naar een andere harp. Een kristallen harp. Ik mocht haar bespelen en er ontstond onmiddellijk iets moois. De verkoopster wees me erop dat ik de verkeerde harp had gekozen. De glazen harp stond ergens anders. Maar toen ik van kristal naar glas ging, voelde ik meteen het verschil. Bij de glazen harp ontstond geen verbinding. Ik kon er niet werkelijk mee spelen. Dus liep ik terug naar het kristal. Ze was veel duurder dan ik van plan was uit te geven. Toch wist ik dat ik haar mee wilde nemen. Ik besloot haar te kopen en vertrouwde erop dat ik het financieel zou kunnen regelen. Onderweg naar huis rommelde mijn buik behoorlijk. Wat had ik gedaan? Was dit wel verstandig? Er waren immers ook nog andere rekeningen. Maar thuis pakte ik haar uit en begonnen we samen te spelen. In de dagen erna kwam er werk binnen en ontstond er weer rust. Ook deze harp kreeg, zoals mijn nieuwe instrumenten vaak doen, eerst een plek op mijn kussen. Dichtbij, om aan elkaar te wennen. Samen met Lilith vormt de kristallen harp voor mij een bijzonder duo. Het kristal bij het hart, de gong bij het bekken. Twee heel verschillende stemmen die elkaar aanvullen.
De RAV — geen tijd te verliezen
Ik had geprobeerd om op een handpan te spelen. Hoe ik ook oefende en zocht, ik kreeg er geen echte verbinding mee. De klank kon me diep raken, maar zelf bespelen bleek niet mijn weg. Dat mocht een ander doen. Toen hoorde ik over de RAV. Ik kende het instrument niet, maar ging filmpjes bekijken en ontdekte een uitvoering met een lage, eigenzinnige stemming die me bijzonder aansprak. Ik wilde haar eerst voelen voordat ik zo'n kostbaar instrument aanschafte. Uiteindelijk vond ik een bedrijf dat haar opstuurde, met de mogelijkheid om haar terug te sturen als het toch niets voor me was. Toen de doos arriveerde, was mijn dochter Lisa bij me. Zij studeerde destijds aan het conservatorium en wilde natuurlijk meteen zien wat haar moeder nu weer had gekocht. Ik pakte de RAV uit, legde haar neer en nam de stokken. En begon te spelen. Ik was tot tranen geroerd. Lisa lag inmiddels helemaal ontspannen op de bank. Toen ik ophield, keek ze me aan en vroeg waar ik had geleerd om erop te spelen. Ik had nog nooit een RAV bespeeld. De eerste keer dat ik haar aanraakte, was meteen raak. Bij deze ontmoeting was er geen lange aanloop, geen intens proces en geen uitgebreide inwijding. Het was gewoon gelijk samen aan de slag. Alsof ze had gezegd: ‘Kom op, Alice. Bestel me nou. Dan gaan we beginnen.’ En dat deden we.
De koshi — jarenlang bij mijn raam
De koshi kwam rond 2012 bij me. Ik zag haar op een spirituele beurs en vond haar klank prachtig. Ik kocht haar, nam haar mee naar huis en vroeg me vervolgens af wat ik ermee moest. Dus kreeg ze een plek bij het raam van mijn werkkamer. In die tijd werkte ik nog als loopbaancoach, met mijn laptop, rapportages en alle verantwoordelijkheden die daarbij hoorden. Wanneer het raam openstond, bewoog de koshi mee met de wind. En als ik aan het werk was en het even niet liep, gaf ik haar soms een klein tikje. Dat was fijn. Een moment van klank midden in een heel andere wereld. Jarenlang hing ze daar, als een stille metgezel. Tot ik haar op een dag meenam naar de ruimte waar ik met mijn drum werkte. Misschien wilde ze daar ook wel eens meedoen. Dat wilde ze. Sindsdien klinkt ze tijdens iedere ceremonie. Ze was er al in mijn vroegere leven, zonder dat ik wist dat ze ooit zo'n vaste plek zou krijgen in Sounds of Medicine. Misschien hoefde ik dat toen ook nog niet te weten.
De takfluit — het bossprookje
Mijn takfluit is gemaakt van een tak, door een bijzondere sjamaan uit Lapland. Het is een fluit in E, met een dromerige, een beetje hese klank. Feeëriek. Alsof ze uit een elfenbos komt, uit een sprookjesbos waar je zomaar in kunt verdwalen. Dat was wat me zo aantrok in haar. De mogelijkheid om met haar klank iets op te roepen van die wereld. Om je mee te nemen naar plekken waar de bomen fluisteren, waar het bos een geheim bewaart en waar de verbeelding vrij spel heeft. Niet helemaal zuiver volgens de gebruikelijke maatstaven, en juist daardoor heel eigenzinnig. Ik kwam haar tegen toen ik eigenlijk op zoek was naar een basfluit. Via een omweg belandde ik op de pagina van de maker en was ik gefascineerd door de eenvoud van het instrument. Een tak uit het bos, gaten erin, een mondstuk erop. Meer niet. Ik bestelde haar en wilde haar inwijden bij mijn praatboom, op de plek waar ik vaak mediteerde. Het was winter. Ik had geen rekening gehouden met de kou en de harde wind. Mijn vingers bevroren en de fluit wilde nauwelijks klinken. De mooie ceremonie die ik in gedachten had, verliep dus heel anders. Toch hoorde die wandeling erbij. Ik kon niet bepalen hoe het moest gaan. Ik kon alleen meebewegen met wat er was. Thuis mocht de fluit op mijn kussen liggen en groeide onze samenwerking verder. Ze gaat altijd mee naar mijn groepsceremonies, ook als ik haar niet bespeel. Voor mij vertegenwoordigt ze het bos: de bomen, de bladeren, de dieren en de bosgeesten. Ze brengt iets van die wereld met zich mee. Ze hoeft niet altijd te klinken om aanwezig te zijn.
Het windorgel — en mijn moeder
Op een buitenbeurs in Oosterhout, waar ik een kennis hielp, liep ik telkens langs een kraampje waar een windorgel hing. Iedere keer moest ik er even tegenaan tikken. De verkoopster zag het gebeuren en zei lachend dat het instrument me riep. Ik was helemaal niet van plan iets te kopen. Toch bleef ik terugkomen. De klank was diep, vol en bijzonder. Aan het einde van de dag besloot ik haar mee te nemen. Thuis kwam de volgende vraag: waar moest ik een windorgel ophangen? Niet lang daarna was ik bij mijn moeder, die me vroeg een oud, vies tuinrek mee te nemen naar de stort. Ze gebruikte het voor haar hanging baskets, maar wilde ervan af. Ik zag er iets anders in. Ik nam het mee naar huis, schuurde het op en schilderde het zwart. Het windorgel kreeg er zijn plek. Sindsdien is het een wezenlijk onderdeel van Sounds of Medicine. Maar het rek draagt nog een andere betekenis. Mijn moeder en ik hebben een lange weg met elkaar gehad. Lange tijd voelde ik me door haar niet werkelijk gezien. Vlak voor haar overlijden veranderde er iets. Ze begon me te herkennen en zei tegen me: ‘Jij bent liefde, hè.’ Die woorden zijn me bijgebleven. Nu hangt het windorgel aan dat oude tuinrek, en mijn moeder is er op haar eigen manier bij. In iedere ceremonie. Ik vind het een mooie gedachte dat juist dat oude rek, dat eigenlijk weg moest, nu een plek heeft gekregen in mijn werk. Niet alles hoeft perfect te zijn om betekenis te dragen. Mijn moeder, de gereformeerde domineesvrouw, is gewoon aanwezig in mijn wereld van klank en sjamanisme. En dat voelt goed.
Het monochord — de snaar die raakt
Mijn eerste monochord werd gemaakt door een instrumentenbouwer die met een prototype wilde experimenteren. Ik betaalde de materiaalkosten en werkte lange tijd met dat eerste instrument. De snaren hebben een heel eigen kwaliteit. Waar de gong en drums krachtig en groots aanwezig kunnen zijn, brengt het monochord zachtheid. De trilling van de snaren kan voelen als een aanraking. Mensen vertellen me soms dat het lijkt alsof ik hen masseer, terwijl ik alleen de snaren beroer. Ik zeg weleens dat een snaar de juiste snaar kan raken. En dat is precies wat dit instrument voor mij betekent. Toen ik behoefte kreeg aan meer warmte in de klank, kwam ik een prachtig nieuw monochord tegen, met de Flower of Life in het midden. De snaren voelden warm en rijk. Ik wist dat ik ermee verder wilde. Mijn eerste monochord staat nog altijd op zolder, waar ik mediteer en yoga doe. Het is niet verdwenen, maar heeft een andere plek gekregen. Het nieuwe monochord is een vaste stem in mijn ceremonies. Ik leg het op schoot, sluit mijn ogen, verbind me met de snaren en zing erbij. Aan het einde van iedere ceremonie klinkt het, ook als het eerder niet aan bod is gekomen. De snaren vormen dan een zachte bedding om rustig terug te keren, de adem te voelen en weer beweging te brengen in handen en voeten. Voor mij zijn de snaren de verzachting in het geheel. De ruimte tussen de grotere golven van klank.
De rainstick — de grootvader
Mijn rainstick is gemaakt van cactus en is ongeveer anderhalve meter lang. Ze heeft een zachte, kabbelende klank. Tijdens een ceremonie loop ik er soms mee rond en beweeg ik haar boven het lichaam, bij het hoofd, de buik of de voeten, afhankelijk van wat op dat moment passend voelt. De rainstick brengt iets rustgevends. Alsof de klanken even mogen neerdwarrelen en alles de tijd krijgt om op zijn plek te vallen. Ik verbind haar met de grootvader: een liefdevolle, milde aanwezigheid. De opa die je met een glimlach binnenhaalt en je nog even bij zich roept. En dan is er dat kleine, terugkerende moment. Ik heb de rainstick bespeeld en zet haar neer tegen de muur, meestal naast het windorgel. Soms zijn we alweer een hele tijd verder en ineens klinkt er nog een laatste plonk. Er is nog een zaadje naar beneden gevallen. Elke keer krijg ik daar een glimlach van. Alsof de rainstick nog even haar eigen laatste woord wil laten horen. Ze heeft haar eigen tempo en haar eigen weg. Ook wanneer de klank al lang verstild lijkt, kan er nog iets naklinken.
De ratel — een onverwachte liefde
Mijn vorige ratel ging tijdens een intense plantmedicijnceremonie kapot. Ik was met de deelnemers aan het werk en bleef ratelen, steeds krachtiger, tot de kop van de ratel plotseling loskwam en de inhoud door de ruimte vloog. Het was een ingrijpend moment. Ik heb er zelf een diepe betekenis in ervaren. Maar daarna had ik geen ratel meer en moest ik op zoek naar een nieuwe. Ik dacht aan een vertrouwde sjamanistische ratel van een kalebas. In plaats daarvan kwam er een ratel van runderhuid op mijn pad. Aanvankelijk dacht ik dat ze misschien tijdelijk zou zijn, tot ik de ratel vond die ik werkelijk in mijn handen wilde hebben. Maar toen ik ermee ging werken, ontstond er een band. Haar klank is zachter, minder schel en minder nadrukkelijk. Ze helpt me mijn aandacht te richten, waar te nemen en te voelen wat er in een ceremonie gebeurt. Soms pak ik haar erbij wanneer ik wil onderzoeken wat zich aandient. Ik ben van haar gaan houden. En wanneer ik bij een sjamanistische bijeenkomst zit, waar iedereen zijn vertrouwde kalebasratel meeneemt, zit ik daar met mijn ratel van runderhuid. Dat vind ik nog steeds een beetje hilarisch. Ik dacht dat ik een vervanger zocht. Ik vond een nieuwe liefde.
Samen vormen ze Vuurvogel
Naast deze instrumenten zijn er nog de bladeren, de kleinere fluiten, de klankbuisjes en de kleine rateltjes. Niet ieder instrument heeft een lang verhaal nodig om een plek te hebben in mijn werk. Tijdens Sounds of Medicine wisselen de klanken elkaar af. Soms klinkt de gong groots en krachtig. Dan brengt de drum iets aards en stevigs. Het monochord verzacht, de rainstick laat de klank neerdwarrelen en de fluit brengt iets van het bos binnen. Het is een voortdurende beweging. Als water dat soms in een grote golf komt en daarna weer rustig kabbelend verder stroomt. Ik werk niet vanuit een vast programma. Ik luister naar de instrumenten, naar de ruimte en naar wat zich op dat moment aandient. Soms gebruik ik een instrument uitgebreid, soms klinkt het maar even. En soms is juist de stilte nodig. Mijn instrumenten hebben ieder hun eigen stem. Samen vormen ze een geheel dat steeds opnieuw ontstaat. Ik heb ze niet verzameld om een verzameling compleet te maken. Ze zijn in de loop van mijn leven bij me gekomen, ieder op hun eigen manier. Sommige hebben me meegenomen in een intens proces, andere waren er jarenlang zonder dat ik wist welke plek ze later zouden krijgen. En telkens opnieuw leer ik luisteren. Met klank, liefde en aanwezigheid ruimte scheppen voor wat in de mens zelf in beweging kan komen.
Dat is wat ons samenbrengt. Dat is Sounds of Medicine. En dat is Vuurvogel.
Externe inhoud
De inhoud die hier wordt weergegeven kan niet worden weergegeven vanwege de huidige cookie-instellingen.
Deze website kan inhoud of functies aanbieden die door derden op eigen verantwoordelijkheid wordt geleverd. Deze derden kunnen hun eigen cookies plaatsen, bijvoorbeeld om de activiteit van de gebruiker te volgen of om hun aanbiedingen te personaliseren en te optimaliseren.
Cookie-instellingen
Deze website maakt gebruik van cookies om bezoekers een optimale gebruikerservaring te bieden. Bepaalde inhoud van derden wordt alleen weergegeven als "Inhoud van derden" is ingeschakeld.
Technisch noodzakelijk
Deze cookies zijn noodzakelijk voor de werking van de website, bijvoorbeeld om deze te beschermen tegen aanvallen van hackers en om te zorgen voor een uniforme uitstraling van de site, aangepast op de vraag van bezoekers.
Analytisch
Deze cookies worden gebruikt om de gebruikerservaring verder te optimaliseren. Dit omvat statistieken die door derden websitebeheerder worden verstrekt en de weergave van gepersonaliseerde advertenties door het volgen van de gebruikersactiviteit op verschillende websites.
Inhoud van derden
Deze website kan inhoud of functies aanbieden die door derden op eigen verantwoordelijkheid wordt geleverd. Deze derden kunnen hun eigen cookies plaatsen, bijvoorbeeld om de activiteit van de gebruiker te volgen of om hun aanbiedingen te personaliseren en te optimaliseren.